Automatiseren van synthparameters in een daw
gepubliceerd op: 07-11-2016 | Auteur: Bart Groenlof
2016 Interface.nl Auteursrecht- en databankenrecht voorbehoud.
Ik lees in jullie blad regelmatig over het automatiseren van bepaalde functies van plug-ins en de daw zelf, maar ik heb eigenlijk geen idee hoe dat precies moet. Ik heb Cubase 4 en een Novation Remote midikeyboard.

Door een knop op je plug-in te koppelen aan een bepaald midicontrollernummer, kun je de functie die deze knop bedient automatiseren. Laten we het voorbeeld nemen van de filterfrequentie van een synth of een filterplug-in. Bij veel plug-ins is deze al toegewezen aan een bepaald controllernummer. Welke dat is, kun je opzoeken in de handleiding van die plug-in. Het automatiseren zelf is in feite het invoeren van een curve in de midi editor, in jouw geval in Cubase. Als je het juiste controllernummer hebt achterhaald, open je de key editor van een midispoor waarvan de output naar je plug-in gaat. Onder de nootdisplay zie je een gebied waar je een controller kunt tekenen. Selecteer hier eerst de juiste controller – standaard staat hier velocity geselecteerd. Kies het potlood als tool voor de muis en vervolgens kun je een curve intekenen. Als je de song vervolgens afspeelt, volgt de filterfrequentie de curve die je hebt ingetekend.

Vaak is het echter muzikaler om een echte knop op je midikeyboard te gebruiken om de gewenste curve in te voeren. Hiervoor kun je het beste de ‘midi-learn’-functie gebruiken die in veel plug-ins ingebouwd is. Klik hiervoor met de rechtermuisknop op de knop van de plug-in die je wilt automatiseren, kies ‘midi-learn’ en verdraai de draaiknop of fader op je midikeyboard die je hiervoor wilt gebruiken. Nu bedient deze draaiknop of fader de geslecteerde functie. Heeft je plug-in geen midi-learn, dan is er vaak wel een ‘modulation matrix’ waarin je bepaalde parameters aan een midicontrollernummer kunt koppelen. Op je midikeyboard kun je het controllernummer dat een bepaalde knop of fader verstuurt altijd veranderen als dat nodig is.

Voor het automatiseren van parameters in de Cubase mixer − zoals volume, pan, sends en eq − dien je gebruik te maken van de in Cubase ingebouwde automation. Lees hiervoor het hoofdstuk ‘Automation’ in de Cubase-handleiding. Hiermee kun je vaak ook parameters van plug-ins van andere fabrikanten automatiseren. Op Youtube zijn diverse video tutorials te vinden waarin het automatiseren van parameters wordt gedemonstreerd. Zoek op ‘Cubase automation’. Als je de knoppen en faders van je midikeyboard wilt gebruiken voor dit soort automatisering, moet je meestal een zogenoemd ‘remote device’ activeren. Voor het opzetten hiervan is er een apart gedeelte van de Cubase-handleiding dat Remote Control Devices.pdf heet. Je hebt dan meestal ook een zogenoemde ‘template’ speciaal voor het keyboard dat je gebruikt nodig. Dit bestand is te downloaden op de website van de maker van het midikeyboard, dus in jouw geval op http://uk.novationmusic.com.